Stad Brugge wil een divers winkel- en horeca-aanbod stimuleren en ruimte geven aan vernieuwende winkelconcepten. Hiervoor werd een beleidsvisie kernwinkelgebied opgemaakt.

De voorbije jaren stelden zich specifiek in de Brugse binnenstad een aantal uitdagingen. Deze uitdagingen en tendensen vormen een bedreiging in het streven naar een goede balans in de binnenstad tussen haar woonfunctie en de verschillende centrumfuncties (economie, diensten, toerisme, …) en de Unesco-werelderfgoed context.

Het stadsbestuur leverde al heel wat inspanningen om beleidsmatig een antwoord te bieden op de ruimtelijke uitdagingen van detailhandel en horeca in de binnenstad. Vandaag zijn er verschillende evoluties en tendensen, zoals een monocultuur van horeca- en toeristenhandelszaken, die niet passen in de gewenste evolutie van het kernwinkelgebied. Met voorliggende beleidsvisie en werkenplan wenst het bestuur deze ongewenste functies en zaken een halt toe te roepen.

 Een trend/tendens die vandaag duidelijk merkbaar is, is dat toeristische winkels het aanbod beginnen over te nemen. De verdringing door toeristische detailhandel zoals bijvoorbeeld take away, mono-aanbod van productgamma’s zoals chocolade, zeepjes, souvenirs van andere soorten detailhandel in een aantal zones (bv. Katelijnestraat, Wollestraat en Mariastraat), dit tegen de achtergrond van een verwachte groei van het toerisme in de toekomst, vormt een probleem. Deze trend begint zich ook al kenbaar te maken in de Steenstraat en Geldmuntstraat.

Met deze ‘beleidsvisie kernhandel’ ligt het kader voor om de ruimtelijke keuzes die zullen worden gemaakt in een verordening te onderbouwen. Daarom is deze beleidsvisie gesteund op een gedegen analyse van concrete cijfergegevens over de bestaande kleinhandel in de binnenstad, de evolutie van het kleinhandelsaanbod, de branchering van dit aanbod, de verschraling van dit aanbod en de investeringen van de Stad om het kernwinkelgebied te versterken. De verordening bevat een duidelijke afbakening van de verschillende zones waar bepaalde functies/branches wel of niet gewenst zijn.

In essentie streeft de verordening naar een mix van functies in het kerngebied. Daartoe werd de binnenstad opgedeeld in vijf zones met een verschillend gewenst profiel.

Zone A – de hoofdwinkelstraten

Langs de twee hoofdassen van het kerngebied, gevormd door Noordzandstraat/Geldmuntstraat en Zuidzandstraat/Steenstraat. 

In deze A-zone wenst de Stad een stedelijk shopping-gebeuren met een mix van kleine tot grote detailhandelszaken met een regionale uitstraling en een breed assortiment aan goederen. Deze twee hoofdassen staan onder een grote druk omwille van het toerisme wat onder andere resulteert in bijkomende reca. Gezien de Stad deze hoofdassen als louter shopping ziet is reca hier niet gewenst. 

De tweede tendens, en deze is zeker direct te koppelen aan het toerisme, is de opkomst van toeristenwinkels. Een dergelijke evolutie is niet gewenst en komt de kwaliteit van het shoppingebeuren niet ten goede en zorgt voor een verschraling. 

De laatste ongewenste tendens in de A-zone is het opkomst van city-concepten van supermarkten, superettes en nachtwinkels met een aanbod van voedingsproducten. Deze winkels die zich louter op een beperkt aanbod voeding concentreren zijn nefast voor het aanbod modewinkels. 

 

Zone B - kernwinkelgebied

In essentie is de zone B de aanliggende straten van zone A. Aan de A-zone grenzende straten met overwegend kleine tot middelgrote, gespecialiseerde detailhandel vinden en willen we een uiteenlopende profilering. Reca is hier een belangrijke schakel, maar in een nevengeschikte rol. Hier loert een monocultuur om de hoek, zeker in de meest toeristische zones. Monocultuur willen we nergens en net zoals ook in de A-zone wensen we nieuwe toeristenwinkels zoals de chocolade- en souvenirwinkels volledig te weren.

Een belangrijke bezorgdheid is ook de mogelijkheid om bepaalde laag kwalitatieve detailhandels- en recazaken te weren.

 

Zone C - Poortstraten/aanloop 

Poort- of aanloopstraten tot het kerngebied met diversiteit aan detailhandelszaken en elk een eigen profiel, met zowel bovenlokale uitstraling als buurtverzorgend karakter. Onder deze straten verstaan we de Smedenstraat, Ezelstraat, Langestraat, Hoogstraat, Gentpoortstraat, Nieuwe Gentweg, Garenmarkt, Eeckhoutstraat en Braambergstraat.

Hier moeten kleine bedrijfjes in het kader van ‘Handmade in Brugge’ een plaats kunnen krijgen (o.a. omwille van minder hoge huurprijzen).  Hier moet erover worden gewaakt dat het wonen niet alle handelspanden inneemt. Wonen kan wel in de plaats van handelspanden maar het evenwicht moet worden behouden.

 

Zone D - Toeristisch kerngebied

Het toeristisch kerngebied is een uitbreiding, een breder gebied dan de zone B. Deze zone komt overeen met de toeristische kernzone, beter gekend als de ‘Gouden Driehoek’. 

De toeristische druk in dit gebied kan leiden tot een monocultuur in het assortiment handelspanden. Dit moet worden tegengegaan. De grootste ongewenste tendens die waar te nemen is binnen deze zone is de opkomst van winkels met een louter toeristisch profiel zoals chocoladewinkels, bierpaleizen en souvenirwinkels. Deze branche van winkels verdrijft het aanbod andere winkels met als hoofdaandachtspunt de winkels met een buurtverzorgend karakter. Bijkomende toeristenwinkels zijn niet gewenst om de monocultuur en verschraling in het aanbod tegen te gaan. 

 

Zone E - pleinen

De afbakening van het kerngebied biedt een kader voor ontwikkeling van detailhandel en reca en wil dit doen in balans met de woonfunctie van de binnenstad. De afbakening gaat uit van de bescherming van het bestaande woonweefsel en laat dus geen verdere uitbreiding toe van het kerngebied wanneer dit ten koste gaat van het woonweefsel. 

Deze afweging stelt zich in het bijzonder bij de pleinen, die tegelijk centrale plekken zijn voor stedelijke activiteiten en structuur geven aan het kerngebied, maar die ook een belangrijke rol spelen voor de leefbaarheid van het woongebied. Bij de opmaak van de verordening wordt daarom gesteld dat geen bijkomende reca en detailhandel toegelaten worden op pleinen die op vandaag tot het woonweefsel behoren, de pleinen die structuur geven aan het kerngebied en zorgen voor diversiteit in het winkelgebeuren worden wel opgenomen in de verordening. 

Deze aanduiding zal de voorwaarden van de zones B, C en D op heffen. Dit omdat het gaat om een gebied waar verdere ontwikkeling van de reca wel wenselijk is, maar waar ook andere functies mogelijk blijven. Dit gebied leent zich voor de ontwikkeling van reca door de aanwezigheid van attracties, aantrekkelijk publiek domein en/of terrasruimte. 

Overige Brugse binnenstad

Wat niet binnen de vijf voorgaande zones valt, wordt beschouwd als ‘overige Brugse binnenstad’. Deze zone valt buiten de verordening, maar er wordt uiteraard wel rekening mee gehouden in de visievorming.

De Brugse binnenstad is een leefomgeving met heel veel kwaliteiten en wordt gelauwerd om zijn beeldkwaliteit en aangename woon- en leefomgeving. Daarom is er nood aan een mix in functies. Zowel reca, bakker, slager… zijn gewenst.

 

 We willen als Stad een divers winkel- en horeca-aanbod stimuleren en ruimte geven aan vernieuwende winkelconcepten. Denk maar aan nieuwe trends zoals ‘blurred concepten’, waar we in één pand een mix zien van bijvoorbeeld mode en design met een hoek waar shoppers iets kunnen drinken of eten. Met dit kernwinkelgebied plan willen we inzetten op dat divers aanbod waar zowel Bruggelingen, internationale toeristen als dagrecreanten zich thuis voelen en kwalitatieve zaken kunnen ontdekken. Shoppen in Brugge moet verrassend zijn! Er is zeker niets verkeerd met de bestaande souvenirwinkels of hun producten. Zij behouden dan ook hun vergunning maar met deze nieuwe visie kiezen we voor vernieuwing en laten we geen extra souvenirwinkels meer toe.”