In de commissie binnenlandse zaken vond een hoorzitting plaats over de toestand van de brandweer met de vakbonden. Ik uitte  mijn appreciatie voor alle medewerkers van de hulpverleningszones. Zij staan klaar voor hun medeburgers op vaak hele moeilijke en uitdagende momenten, soms met gevaar voor eigen leven. Dat verdient niets anders dan respect en waardering.

Toch zien we jammer genoeg de cijfers omtrent geweld en agressie tegenover hulpverleners nog steeds stijgen. Dit is onaanvaardbaar. De regering neemt ter zake dan ook maatregelen. Zo wordt de strafmaat voor dergelijk geweld  opgetrokken. Deze problematiek blijven we dan ook opvolgen.

Ik heb  ook gezegd dat onze fractie  erop aandringt dat er vanuit Pensioenen snel duidelijkheid komt over een regeling voor de pensioenen van de zware beroepen. De brandweer moet daarin absoluut worden meegenomen. In de tussentijd benadrukken we eveneens dat wat cd&v betreft de voordelen en eindeloopbaanregimes die vandaag in de verschillende statuten voor de brandweer al bestaan behouden moeten blijven zoals ze zijn. Dat is ook de positie die onze partij in de regering inneemt.

Met betrekking tot de financiering van de hulpverleningszones mogen we niet uit het oog verliezen dat deze meerderheid gekozen heeft om te investeren. Tegen volgend jaar zullen we 143 miljoen euro in de zones geïnvesteerd hebben. Dit jaar hebben we de dotaties ook geïndexeerd ter waarde van 18 miljoen euro. Cd&v is vragende partij om die indexatie structureel te gaan verankeren.

Ik denk dat er veel bereidheid is om de dialoog over al deze onderwerpen verder te zetten. Er ligt hier een gemeenschappelijk verantwoordelijkheid voor de zones en de vakbonden, maar ook de regering.