Brugge en Werelderfgoed, beide begrippen gaan hand in hand. En dat is niet meer dan terecht! In 1998 werd het Begijnhof, door de Stad al decennia lang gekoesterd en zorgzaam gerestaureerd, samen met de overige Vlaamse begijnhoven opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Een jaar later was het de beurt aan het meest prominente stadsgebouw, het Belfort. Het werd in 1999 door Unesco op de lijst opgenomen samen met de overige belforten in België en Noord-Frankrijk.

Tegelijk, en ook in aanloop naar Brugge 2002, Culturele Hoofdstad van Europa, groeide de ambitie om nog een stap verder te gaan en samen met de toenmalige Vlaamse Afdeling Monumenten en Landschappen een lijvig dossier op te maken en in te dienen voor de gehele Brugse binnenstad. Op 2 december 2000, 20 jaar geleden dus en op de laatste dag van de bijeenkomst van het Werelderfgoedcomité in het Australische Cairns, werd de volledige Brugse binnenstad op haar beurt officieel ingeschreven op de Werelderfgoedlijst.

Deze internationale, prestigieuze erkenning werd door de Stad en de toenmalige Dienst Monumentenzorg en Stadsvernieuwing gezien als een beloning voor de inspanningen van vele tientallen jaren voor de restauratie van het Brugse patrimonium en de zorg voor het stadsbeeld. Denken we maar aan de continuïteit van de subsidie Kunstige Herstelling en de advisering van de Raadgevende Commissie Stedenschoon, het alom bejubelde Structuurplan uit de jaren ’70 en de gemeentelijke verordening en hotelstop uit de jaren ’90. Het doel leek bereikt, het eertijds verloederde straatbeeld reeds grotendeels gerestaureerd, de ingeslagen weg kon verder gezet worden.

De afgelopen twee decennia leerden evenwel ook dat een erkenning als Werelderfgoed niet enkel een trofee is om mee te pronken, maar vele extra inspanningen, afwegingen en specifieke beleidsinstrumenten vraagt. De Brugse binnenstad en Werelderfgoedzone is met een totale oppervlakte van 410 hectare (en een bufferzone van 168 hectare) veruit de grootste Werelderfgoedsite van heel België en bij uitbreiding de hele Benelux. Een vergelijking met bijvoorbeeld de Brusselse Grote Markt en omgeving (met een kernzone van amper 1,48 hectare en bufferzone van 20,93 hectare), de oude wijken en versterkingen van Luxemburg (respectievelijk 29,94 hectare en 108,73 hectare) en de 17de-eeuwse Amsterdamse grachtengordel (respectievelijk 198,2 en 481,7 hectare) toont dat deze kernzones allemaal opmerkelijk kleiner zijn. De grootte en het zeer gevarieerde stedelijke landschap met 10 eeuwen aan bouwkundig erfgoed maken Brugge meteen ook een van de meest complexe Werelderfgoedsites.

Het viel dan ook te verwachten dat dit extra uitdagingen met zich mee zou brengen. In de loop van de afgelopen twintig jaar groeide de stad in haar rol als Werelderfgoedsite en evolueerden ook de visie en doelstellingen binnen het Werelderfgoedcentrum zelf. Belangrijke projecten worden nu voor advies naar de hoofdzetel in Parijs doorgestuurd, waar men te rade gaat bij ICOMOS. In 2010 ontving de Stad een visitatiecommissie van diverse experten om het erfgoedbeleid in de stad te evalueren. Naast positieve opmerkingen zoals de zeer goede staat van het historisch patrimonium en de hoge kwaliteit van de restauraties, werden ook aanbevelingen geformuleerd. Als antwoord hierop werd een Managementplan opgemaakt voor de binnenstad en een thematisch Ruimtelijk UitvoeringsPlan voor de bescherming van het erfgoed langsheen de belangrijkste assen, pleinen en waterwegen van de stad. Een Expertencommissie Unesco (ECU) werd in het leven geroepen, die de Stad sindsdien consequent adviseert over alle bouwprojecten en beleids- en planningsinstrumenten die mogelijk een impact zouden kunnen hebben op de Uitzonderlijke Universele Waarde van de stad.

De Stad koestert haar Werelderfgoederkenning en heeft de ambitie om een aangename, levendige en hedendaagse woon- en werkomgeving te zijn en om deze op een behoedzame manier te verzoenen met het uitzonderlijke historische patrimonium.

De medewerkers van Cluster Omgeving en met name de Dienst Monumentenzorg & Erfgoedzaken en Omgevingsvergunningen & Planning werken daarom ook niet enkel aan de dagelijkse instandhouding en opwaardering van de vele historische panden, maar streven – samen met de beide Commissies (Raadgevende Commissie Stedenschoon en Expertencommissie Unesco) - ook naar een zo hoog mogelijke kwaliteit bij nieuwe ingrepen, nieuwe architectuur en de heraanleg van het openbaar domein in de historische binnenstad. De belangrijkste kwaliteit van Brugge is immers dat het een uitzonderlijk en uniform architecturaal ensemble is. Nieuwe architectuur moet zich – waar mogelijk - qua schaal, volume en vormgeving zorgvuldig inpassen in dit ensemble, maar gelet op de bijzondere omgeving moet de lat op architecturaal vlak ook voldoende hoog gelegd worden. De monumenten van de toekomst worden immers (hopelijk) vandaag en morgen getekend en gebouwd. Ook zij mogen een plaatsje hebben in de eeuwenlange continue geschiedenis van de stad.

De medewerkers van Cluster Omgeving zagen met dit boek een kans om ook dit dagelijkse werk onder de aandacht te brengen en de bewoners en bezoekers van Brugge in contact te brengen met een andere kant, een ander ‘Beeld van de Stad’.  Het boek wil inspireren en aantonen dat – op specifieke locaties – kwalitatieve hedendaagse architectuur een aanvulling kan zijn op de historische context. Het is een uitnodiging aan allen om er mee op stap te gaan, te kijken, te ervaren en te genieten van onze stad in al haar facetten. 

 

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.