Gemiddeld om de 28 minuten wordt er in België ingebroken in een auto. Dat blijkt uit cijfers die ik opvroeg bij de minister van Binnenlandse Zaken. Het aantal feiten daalt sinds het piekjaar 2023, maar in Henegouwen gaat het net de andere kant op.
Piek in 2023, forse daling nadien
Op nationaal niveau registreerde de politie in 2023 het hoogste aantal feiten van diefstal uit of aan personenwagens, namelijk 22.327 diefstallen. Nadien zette een daling zich in. In 2025 noteerde de politiediensten nog 18.628 feiten, een terugval van bijna 17% tegenover het piekjaar 2023. Bij lichte vrachtauto’s loopt de curve gelijkaardig. Na een piek van 7.759 feiten in 2023 daalde het aantal tot 6.365 in 2025, goed voor een daling van 18%. Ook diefstallen van onderdelen van voertuigen gingen achteruit: van 1.997 feiten in 2024 naar 1.610 in 2025.
Een groot deel van die daling is toe te schrijven aan Brussel, dat in 2025 nog altijd goed is voor 1/3 van alle geregistreerde diefstallen bij personenwagens, maar waar het aantal feiten op één jaar tijd met ruim 35% daalde (van 9.711 naar 6.291). Deze cijfers zijn hoopgevend, maar we mogen niet blindvaren op één goed jaar. De evolutie tussen 2021 en 2023 toont net hoe snel het aantal autokraken weer kan stijgen. Waakzaamheid blijft dus geboden en we moeten er dan ook over waken dat de aangiftebereidheid bij dergelijke feiten op peil blijft.
Henegouwen als outlier
Terwijl de nationale cijfers dalen, zet Henegouwen een tegengestelde beweging in. Het aantal inbraken in personenwagens steeg er van 2.524 in 2021 naar 3.605 in 2025, een stijging van bijna 43%. Ook diefstallen van voertuigonderdelen nemen er sterk toe: van 290 feiten in 2021 naar 455 in 2025. Op stedelijk niveau springt vooral Charleroi in het oog. Het aantal inbraken in personenwagens steeg er van 1.068 in 2021 naar 2.055 in 2025, een verdubbeling op slechts vier jaar tijd. Ook diefstallen van voertuigonderdelen namen er fors toe: van 95 feiten in 2021 naar 167 in 2025 (+75%).
Ook in West-Vlaanderen daalt het aantal autokraken
Terwijl de inbraken in personen- en bestelwagens nationaal een dalende trend vertonen, geldt dat ook voor West-Vlaanderen. Maar niet elke politiezone volgt diezelfde lijn: in politiezone Oostende steeg het aantal feiten vorig jaar met bijna 62%.
In West-Vlaanderen daalde het aantal inbraken in personenwagens van 844 feiten in piekjaar 2023 naar 620 in 2025, een terugval van ruim 26%. Bij bestelwagens is de daling nog sterker: van 560 feiten in 2024 naar 440 in 2025, een afname van meer dan 21% op slechts één jaar tijd. Diefstallen van voertuigonderdelen daalden in de provincie het scherpst: van 86 feiten in 2024 naar amper 48 in 2025, een terugval van maar liefst 44%. In politiezone Oostende steeg het aantal inbraken in personenwagens van 86 in 2024 naar 139 in 2025, een stijging van bijna 62%. Dat staat lijnrecht tegenover de algemene dalende tendens van de provincie. In politiezone Brugge bleef het aantal dan weer nagenoeg stabiel: 82 feiten in 2025 tegenover 81 in 2024.
Van bril tot boormachine: wat dieven het vaakst meenemen
De cijfers tonen ook een opmerkelijk patroon in wat er precies wordt buitgemaakt. Uit personenwagens verdwenen in 2025 vooral bank- en betaalkaarten (2.280 feiten), maar meteen daarna volgen brillen en contactlenzen (2.102 feiten), vaker gestolen dan rijbewijzen (2.011) en laptops (2.009 feiten) Bij bestelwagens ligt de klemtoon volledig op werkmateriaal: boormachines (751 feiten in 2025) en elektrische schroevendraaiers (744) staan aan de top. Bank- en betaalkaarten (603) komen hier pas op de derde plaats.
Volkswagen en Renault vaakst geviseerd
Onder de automerken is Volkswagen sinds 2023 het vaakst het doelwit van inbrekers bij personenwagens, met 2.494 geregistreerde feiten in 2025, gevolgd door Mercedes (2.245) en BMW (2.228), dat in 2021 en 2022 nog aan de leiding stond. Bij bestelwagens is Renault al vier jaar op rij het meest geviseerde merk, met 1.403 feiten in 2025.
Nabijheidspolitie als deel van de oplossing
Voor cd&v tonen de cijfers aan dat er blijvend ingezet moet worden op voldoende ‘blauw’ op straat en de uitrol van buurtinformatienetwerken om snel informatie te kunnen delen wanneer verdachte bewegingen worden vastgesteld. Cd&v staat voor veilige straten en buurten. Dat vraagt om voldoende blauw op straat. Het politieberoep moet aantrekkelijker gemaakt worden zodat personeelstekorten kunnen worden weggewerkt en er voldoende interventiepatrouilles op pad kunnen worden gestuurd. Op onze vraag werd de norm voor het aantal wijkagenten per inwoner ook verdubbeld én wettelijk verankerd. Er moet daarnaast ook verder ingezet worden op de uitrol van de buurtinformatienetwerken. Binnen dergelijke netwerken kunnen buurtbewoners en de politie samenwerken. Als bewoners verdachte bewegingen rond voertuigen vaststellen, kan er op die manier snel informatie gedeeld worden wat het opsporen van de daders door de politie kan bespoedigen. Tot slot is ook diefstalpreventie van groot belang. Inbrekers gebruiken steeds vaker innovatieve technieken om in voertuigen binnen te dringen. Lokale zones en de federale overheid moeten daarover op regelmatige basis informatiecampagnes op poten zetten om burgers te waarschuwen.