Uit cijfers die ik recent opvroeg bij minister van Binnenlandse Zaken over de evolutie van het aantal vrijwillige brandweerlieden in België, blijkt dat het aantal vrijwilligers nog steeds daalt. In de provincies West- en Oost-Vlaanderen is er zelfs in geen enkele hulpverleningszone sprake van groei. Dit is een zeer verontrustende evolutie, want vrijwilligers zijn cruciaal voor de goede werking van onze hulpverleningszones.
Tussen 2020 en 2024 is het aantal vrijwillige brandweerlieden in België met ruim 850 gedaald, van 10.992 naar 10.140. In Oost- en West-Vlaanderen is er zelfs in geen enkele hulpverleningszone nog sprake van een stijging. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Binnenlandse Zaken op mijn schriftelijke vraag, nochtans is een gezonde mix van vaste en vrijwillige brandweerlieden essentieel om de brandweerwerking te garanderen.
Daling in elke Oost- en West-Vlaamse zone.
In West-Vlaanderen tekst zich een duidelijke neerwaartse trend af. In Zone 1 daalde het aantal vrijwilligers van 390 in 2020 naar 363 in 2024. In hulpverleningszone Midwest ging het van 598 naar 561, in Fluvia van 630 naar 557 en in de Westhoek van 848 naar 790. Ook in Oost-Vlaanderen wordt de daling bevestigd.
Posten ondernemen intussen zelf al initiatieven om meer vrijwilligers aan te trekken. Zo zette brandweerpost Gistel onlangs nog een wervingscampagne op poten. Dit was echter ook de aanleiding van mijn schriftelijke vraag aan de minister. Jammer genoeg volstaan dergelijke lokale initiatieven niet, er is nood aan een brede en structurele aanpak.
Instroom en doorstroom in de knel
Niet alleen het aantal actieve vrijwilligers daalt, want ook de instroom verloopt moeizaam. In bijna alle brandweerscholen is het aantal inschrijvingen voor het Federaal Geschiktheidsattest afgenomen ten opzichte van 2019. Enkel VESTA (van 275 naar 532 inschrijvingen in 2023) en PIVO (van 129 naar 185 in 2023) spreken deze trend tegen.
Maar zelfs in die scholen blijft de uitstroom naar de werkvloer problematisch. Slechts een beperkt aantal kandidaten behaalt effectief het attest. Zo werden er in 2023 bij VESTA 302 attesten uitgereikt op de 532 inschrijvingen. In Henegouwen ging het dan weer om 637 inschrijven, maar ontvingen slechts 215 kandidaten hun attest. In Luik werden 100 attesten uitgereikt op de 300 inschrijvingen. Dit zijn verontrustende cijfers. We moeten nagaan waarom zoveel mensen afhaken of niet in staat zijn om hun attest te behalen. Er is het engagement om zich te melden als vrijwillig brandweerlied, dus we moeten het traject nader bekijken. Dit echter zonder in te boeten op kwaliteit.
Vrijwilliger 2.0
Het vrijwillig engagement heeft de laatste jaren binnen de samenleving duidelijke veranderingen ondergaan. Mensen gaan minder makkelijk engagementen voor een lange termijn aan en verwachten flexibiliteit wanneer het gaat over inzetbaarheid. Die evolutie moet zich vertalen in de wijze waarop we de vrijwilligerswerking bij de brandweer invullen. In het regeerakkoord hebben we daarom afgesproken om werk te maken van een Vrijwilliger 2.0. Concreet wil dit zeggen dat we de takenpakketten gaan differentiëren en ervoor gaan zorgen dat mensen met minder opleidingsuren toch bepaalde taken als vrijwillig brandweerman kunnen opnemen. Een voorbeeld hiervan is de logistieke ondersteuning, zoals chauffeurs. Ik vraag dan ook dat de regering snel verder vorderingen maakt op dit punt.
Vrijwilligers hebben uiteraard nog een vaste baan naast hun engagement bij de brandweer. De Wet op Civiele Veiligheid laat toe dat hulpverleningszones afspraken maken met de werkgevers van hun vrijwilligers over de beschikbaarheid voor dringende interventies. Echter blijft een nationale omkadering, op basis waarvan op een uniforme manier afspraken gemaakt worden met de werkgevers, tot nu toe uit. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin laat nu weten dat zijn diensten, in samenwerking met het Nationaal Orgaan voor de Hulpverleningszones, zullen nagaan of een dergelijk uitvoeringsbesluit een meerwaarde kan bieden. Ook wordt bekeken of andere federale departementen, zoals Werk en Financiën, betrokken moeten worden.
Dit is een belangrijke stap vooruit. Uniforme afspraken op nationaal niveau zijn efficiënter dan dat elke zone apart met de verschillende werkgevers zou moeten gaan onderhandelen. Werknemers botsen momenteel nog vaak op onduidelijkheid of koudwatervrees bij hun werkgever wat hen ervan kan weerhouden om de stap naar de vrijwillige brandweer te zetten.
Hoewel de hulpverleningszones vandaag al over verschillende instrumenten beschikken – zoals het Bureau van vrijwilligers – om lokale afspraken te maken, is er nood aan meer structurele ondersteuning. Vrijwilligers rekruteren én aan boord houden wordt almaar moeilijker. We moeten de druk bij de zones verlagen en tegelijk zorgen voor een betere omkadering en waardering van onze brandweervrijwilligers.