Overheidsbezit en de manier waarop belastinggeld wordt ingezet, blijven terecht een belangrijk aandachtspunt in het parlementaire werk. Zeker wanneer er vragen rijzen over de bestemming, het gebruik of de waarde van publieke eigendommen, is transparantie geen optie maar een noodzaak. Ik heb kennisgenomen van de recente berichtgeving en de reactie van de minister van Financiën over domein Dennenburg in Kapellen. Hoewel er in de pers al enkele duidingen werden gegeven, blijft er voor mij één element centraal staan: een formeel en volledig antwoord op de parlementaire vragen die werden gesteld.
De kern van dit dossier gaat over duidelijkheid en verantwoording. Wanneer een overheidsdienst beschikt over een kasteel met uitgebreide faciliteiten, dan is het logisch dat daar vragen over rijzen bij burgers en in het parlement. Niet om te polemiseren, maar om te begrijpen hoe publieke middelen worden ingezet.
Volgens eerdere informatie maakte het domein deel uit van een bredere oefening om het aantal overheidsgebouwen te rationaliseren en patrimonium af te bouwen. Dat het pand uiteindelijk niet werd verkocht, terwijl dat wel voorzien was, vraagt om een heldere en gedetailleerde motivatie.
In budgettair moeilijke tijden is het onze plicht om waakzaam om te gaan met elke euro belastinggeld. Dat betekent niet dat elk bezit per definitie in vraag wordt gesteld, maar wel dat elke beslissing correct, transparant en uitlegbaar moet zijn. Ik wacht dan ook het officiële antwoord van de minister af en zal dit dossier verder nauwgezet opvolgen.