Exhibitionisme is een niet te onderschatten fenomeen in ons land. Dagelijks worden gemiddeld drie nieuwe feiten geregistreerd. Confrontaties die burgers – en zeker minderjarigen – vaak erg doen schrikken en zelfs trauma’s kunnen achterlaten. Volgens de opgevraagde cijfers, gaat het sinds 2019 om bijna 8.500 incidenten. Dit is geen randfenomeen meer. Daarom roep ik op tot meer blauw op straat en betere psychologische begeleiding van zowel dader als slachtoffer.
Een probleem dat zich door het hele land verspreidt
Hoewel het aantal feiten licht daalde tussen 2019 en 2023, tonen de meest recente cijfers dat het probleem allerminst verdwenen is. In de eerste negen maanden van 2024 werden 1.030 nieuwe feiten vastgesteld, opnieuw goed voor meer dan drie per dag. De cijfers schommelen sterk per provincie: Oost-Vlaanderen is koploper met 165 feiten, gevolgd door Antwerpen (163) en Brussel-Hoofdstad (113). Ook West-Vlaanderen ontsnapt niet: daar werden al 106 incidenten geteld in 2024.
Op lokaal niveau vallen enkele politiezones opvallend uit de toon. Zo registreerde politiezone Brugge sinds 2019 maar liefst 193 gevallen, gevolgd door VLAS en Bredene/De Haan. Dit gebeurt op plekken waar kinderen spelen, gezinnen en vrienden samenkomen. Kortom, waar mensen zich net veilig moeten voelen: parken, bushaltes, pleinen, openbaar vervoer. Exhibitionisme is niet zomaar hinderlijk gedrag; het veroorzaakt angst en gevoelens van onveiligheid die niet te onderschatten zijn.
Minderjarigen
Wanneer iemand geconfronteerd wordt met een exhibitionist, kan die persoon daar melding van maken bij de politie. Daar wordt het slachtoffer opgevangen volgens de gebruikelijke procedure. Indien nodig, worden de sociale hulpdiensten betrokken. De procedure zelf wordt bepaald door de Gemeenschappen en is hetzelfde voor minderjarigen als voor volwassenen. Dat vind ik moeilijk te begrijpen: de procedures die nu bestaan zouden toch eens onder de loep genomen moeten worden. Een minderjarige of pakweg een kind die in contact komt met een exhibitionist ervaart dat heel anders dan een volwassene en blijft met andere vragen zitten. Aangepaste begeleiding is daarom op zijn plaats.
Preventie via zichtbare en nabije politie
Volgens mij ligt de sleutel in meer zichtbare en nabije politie, die opnieuw tijd en middelen krijgt om aanwezig te zijn in de publieke ruimte. Ik pleit daarom voor extra federale middelen voor lokale politiezones, zodat ze opnieuw proactief kunnen patrouilleren in parken, aan scholen en bushaltes. Veiligheid begint bij nabijheid. Zichtbare patrouilles voorkomen feiten, grijpen sneller in en herstellen vertrouwen in de straat. Daarom kijken we uit naar de aangekondigde hervorming van de financiering van de lokale politiezones. Cd&v wil dat de federale overheid investeert in de basis van het politiewerk, en daar is nabijheid een cruciaal onderdeel van.
Alarm uit de forensische sector
Naast de roep om meer zichtbare politie pleit cd&v ook voor dringende investeringen in de forensische zorg. De forensische psychiatrische centra krijgen vandaag simpelweg te weinig middelen, terwijl de vraag naar gespecialiseerde hulp almaar toeneemt. Vorig jaar trok het Antwerps Universitair Forensisch Centrum, dat mensen met afwijkend seksueel gedrag behandelt, al openlijk aan de alarmbel. Er werd toen zelfs gesproken over een mogelijke patiëntenstop en het ontslag van psychologen wegens structurele onderfinanciering.
Wie dergelijke situaties wil voorkomen, moet investeren in zorgtrajecten die werken. Die personen zijn vaak ziek en hebben in eerste instantie hulp nodig. Als de centra die bedoeld zijn om risicogedrag af te bouwen en terugval te voorkomen zelf in crisis belanden, dan betalen slachtoffers en de samenleving daar uiteindelijk de prijs voor. Daarom vraagt cd&v dat de minister van Volksgezondheid dringend het personeel in de forensische zorg versterkt. Alleen door therapieën bereikbaar te houden, wachtlijsten weg te werken en teams stabiel te maken, kan men recidieven voorkomen.