Tijdens de plenaire vergadering van de Kamer stelde ik minister Vandenbroucke een vraag over zijn uitspraken rond de zomerkampen van de mutualiteiten. Het debat over de rol en financiering van de ziekenfondsen mag gevoerd worden, maar wanneer daarbij ook vragen rijzen over initiatieven zoals Kazou, is het belangrijk om stil te staan bij hun maatschappelijke meerwaarde.
Kazou bereikt jaarlijks meer dan 40.000 kinderen en jongeren, en steunt daarbij op de inzet van duizenden vrijwilligers. Voor velen is zo'n kamp veel meer dan een vakantie. Het is een plek waar jongeren nieuwe ervaringen opdoen, verantwoordelijkheid leren opnemen, vriendschappen sluiten en zich persoonlijk ontwikkelen. Dat belang wordt ook ondersteund door onderzoek. Sociale contacten en verbondenheid spelen een cruciale rol in het mentale welzijn van jongeren. Kampen creëren precies die omgeving waar jongeren elkaar ontmoeten, zichzelf kunnen zijn en groeien in zelfvertrouwen. Daarnaast vervullen deze initiatieven ook een belangrijke maatschappelijke rol voor gezinnen. Voor veel ouders zijn betaalbare jeugdvakanties een waardevolle ondersteuning in de combinatie van werk en gezin.
Daarom heb ik in de Kamer duidelijk gemaakt dat we voorzichtig moeten omgaan met uitspraken die de meerwaarde van deze kampen relativeren. Wie spreekt over gezondheid en welzijn, kan niet voorbijgaan aan de impact die jeugdwerk en vrijwilligersengagement hebben op duizenden kinderen en jongeren. Cd&v zal een sterk middenveld, jeugdwerk en vrijwilligerswerk blijven verdedigen. Niet alleen omdat ze kansen creëren voor jongeren, maar omdat ze mee bouwen aan een warme en verbonden samenleving.