Sinds 30 oktober weten we het zeker: onze veiligheid wordt getest. Drones boven kazernes en luchthavens, doelgerichte cyberaanvallen, en desinformatie die verwarring zaait. Het zijn geen incidenten meer, het is georganiseerd. Als federaal volksvertegenwoordiger maak ik me daar ernstig zorgen over. Veiligheid stopt niet bij de kazernepoort. Daarom moet ons antwoord ook veel breder zijn dan enkel militair beleid.
Tijdens de plenaire vergadering heb ik de minister van Binnenlandse Zaken het volgende gevraagd: welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om snel te komen tot een breed plan van aanpak dat alle locaties beschermt?
Voor mij kan het antwoord niet beperkt blijven tot Defensie alleen. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in Defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort. Het kan toch niet dat Defensie bevoegd is wanneer een drone over een militaire basis vliegt, maar dat het plots de burgemeester wordt zodra diezelfde drone de omheining overgaat?
Daarom moeten Defensie, politie, inlichtingendiensten en lokale besturen als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We mogen niet achter de feiten aanlopen. We moeten voorbereid zijn.
Ik vind dat er een duidelijk plan van aanpak moet komen, met afspraken tussen Defensie, Binnenlandse Zaken en de lokale besturen. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er, laat ons er dan voor zorgen dat die middelen ook onze politie en civiele bescherming versterken. Want veiligheid is veiligheid, overal. De Russen maken ook geen onderscheid tussen Kleine Brogel, Brussels Airport of Oostende.
Ik blijf dit opvolgen. Onze veiligheid verdient duidelijkheid, samenwerking en daadkracht. Geen versnippering.