In de Kamer heb ik het capaciteitsprobleem van politiezone Arro Ieper aangekaart. Uit cijfers blijkt dat deze West-Vlaamse zone te maken krijgt met een hoge en stijgende werklast, terwijl het federale selectie- en aanwervingsbeleid achterblijft. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin erkent de tekortkoming, maar blijft vraag over concrete oplossingen.
Arro Ieper onder druk door stijgende criminaliteitscijfers
Politiezone Arro Ieper registreerde in 2023 maar liefst 6.159 criminele feiten, en in de voorlopige cijfers van 2024 bedraagt dat aantal al 4.620, wat doet vermoeden dat het volledige aantal misdrijven in 2024 opnieuw hoog was.
Binnen Arro Ieper gaat het in 2023 hoofdzakelijk om feiten van diefstal en afpersing (1.148 feiten), gevolgd door bedrog, beschadiging van eigendom, misdrijven tegen de lichamelijke integriteit en informaticacriminaliteit.
Opvallend: in de voorlopige cijfers voor 2024 zijn er al meer feiten vastgesteld in categorieën zoals zedenmisdrijven, vreemdelingenwetgeving en gezondsheidsinbreuken dan in heel 2023. De werklast voor de lokale politie is bijzonder hoog. De cijfers tonen aan dat de realiteit op het terrein steeds complexer wordt, maar de personeelsbezetting volgt niet. Het politiecollege van Arro Ieper schreef daarom een brief aan de Vaste Commissie voor de Lokale Politie en de VVSG waarin ze een aantal suggesties doen om de personeelsproblematieken waarmee vele lokale zones geconfronteerd worden te verlichten. Ik legde deze suggesties ook voor aan minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin.
Administratief ‘vol’, operationeel ‘leeg’
Minister Quintin gaf in zijn antwoord toe dat het huidige systeem om de personeelsbehoefte in te schatten tekortschiet. De statistische behoeftepeiling houdt enkel rekening met pensioneringen, terwijl andere vormen van uitstroom (zoals interne mobiliteit en promoties) buiten beschouwing blijven.
In mijn parlementaire vraag bracht ik ook een belangrijk knelpunt uit de brief van het politiecollege van Arro Ieper aan: kandidaat-inspecteurs worden al in de formatie van het lokale politiekorps meegeteld vanaf hun aanwerving, terwijl ze pas na minstens een jaar opleiding inzetbaar zijn op het terrein. Een zone als Arro Ieper wordt dus administratief als ‘gevuld’ beschouwd, terwijl op het terrein de versterking maanden op zich laat wachten.
Lokale oplossingen blijven dode letter
De politiezone Arro Ieper vraagt in haar brief meer flexibiliteit in het aanwervingsbeleid en een modernisering van de formatienormen. Ik vroeg daarom naar de stand van zaken rond de ‘lokale rekrutering’ die in 2022 onderdeel was van het sectoraal akkoord. Deze lokale rekrutering wordt voorlopig echter enkel toegepast in de politiezone Antwerpen als pilootproject. Een nationale uitrol blijft uit aangezien de noodzakelijke reglementaire aanpassingen niet werden doorgevoerd.
De minister gaf echter wel aan dat een hervorming van het selectieproces in voorbereiding is. Concepten zoals ‘Anders Selecteren’ en ‘Open Hiring’ worden onderzocht om het rekruterings- en opleidingsbeleid te verbeteren. Echter blijft het onduidelijk wanneer die hervormingen er zullen komen en wat ze dan concreet zullen inhouden en verbeteren.
Er is geen tijd voor pilootprojecten
De minister erkent de problemen maar blijft hangen in goede bedoelingen. Terwijl onze zones zoals Arro Ieper schreeuwen om versterking, lijkt het voorlopig te blijven bij plannen en proefprojecten. De mensen op het terrein hebben nu nood aan versterking. We moeten de zones die met een hoge werklast kampen versterken. Er is nood aan gerichte aanpassingen die een zichtbaar verschil maken op het terrein.
Ik pleit dan ook voor een totaalaanpak die enerzijds de job van politieagent aantrekkelijker moet maken en anderzijds ook het rekruterings-en selectietraject verder versterkt: de afspraken uit het regeerakkoord moeten gehonoreerd worden. Een rekruterings-en selectietraject dat maximaal 90 dagen in beslag neemt en waarbinnen zones kunnen samenwerken om zelf te rekruteren voor hun eigen zone, een grondige hervorming van het politieonderwijs en het voortzetten van de onderhandelingen met de vakbonden over het tweede luik van het sectoraal akkoord voor de politie. De visie ligt er. Heel wat zaken werden ook reeds voorbereid door de vorige minister. De tijd is gekomen om plannen in acties te vertalen.