Vandaag hadden we in de commissie Binnenlandse Zaken een stevig actualiteitsdebat over onze veiligheid. Ik nam het woord over verschillende actuele kwesties, met een bijzondere focus op de drugsproblematiek in Brussel en de aanpak van criminaliteit in onze steden.
De recente incidenten in Brussel, zoals de openlijke drugsdeals in het Bonneviepark tonen opnieuw hoe groot de uitdagingen zijn. Ouders durven hun kinderen er niet meer te laten spelen uit angst voor geweld of confrontaties met bendes. Wat een groene, veilige plek had moeten zijn, is nu een plek van angst en criminele aanwezigheid. Deze situatie onderstreept hoe diep drugscriminaliteit en bendevorming verankerd zijn in de hoofdstad, met directe gevolgen voor de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van de bewoners.
In dit debat heb ik ook vragen gesteld over het Grootstedenplan van minister Quintin, dat voorziet in repressie, samenwerking, preventie en stadsvernieuwing. Hoewel de doelstellingen positief zijn, stel ik me ernstige vragen bij de selectie van de steden: er is een overgewicht aan Waalse steden, terwijl ook West-Vlaamse steden zoals Brugge, Oostende, Kortrijk en Roeselare eveneens aandacht verdienen. Roeselare bijvoorbeeld is een prachtige, dynamische stad, maar kent ook haar veiligheidsrisico’s, iets wat de voorbije weken pijnlijk duidelijk werd.
Ik benadruk opnieuw het cruciale belang van de tandem tussen de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie. Alleen door een gecoördineerde aanpak van politie, justitie en preventie kunnen we onze steden veiliger maken. Veiligheid is geen abstract begrip: het gaat over de straten waarin onze kinderen spelen, de buurten waarin we wonen en de steden waarin we werken. Het debat van vandaag toont dat er werk aan de winkel is, en dat we dit met urgentie en concrete maatregelen moeten aanpakken.