Als federaal parlementslid en moderator van dienst zag ik vooral hoe noodzakelijk deze hervorming is. In West-Vlaanderen zit ondernemen diep ingebakken. Mensen willen bouwen, investeren en vooruitgaan. Maar te vaak worden sterke projecten vandaag afgeremd door complexe procedures, tegenstrijdige adviezen en juridische onzekerheid. Dat weegt niet alleen op ondernemers, maar ook op gezinnen en lokale besturen.
De kracht van het voorgestelde actieprogramma ligt net in het omkeren van die logica. Vergunningen moeten opnieuw mogelijk maken in plaats van blokkeren. Door te werken met geïntegreerde adviezen en duidelijkere procedures, wordt tijd opnieuw een bondgenoot in plaats van een risico. Voor kmo’s en familiebedrijven, die vaak afhankelijk zijn van strakke planningen en beperkte marges, is dat essentieel. Tijdens de vragenronde werd dat ook bevestigd. De aanwezigen stelden scherpe, maar constructieve vragen over de praktische uitwerking van de hervorming.
Vanuit federaal perspectief is het bovendien duidelijk dat deze hervorming niet op zichzelf staat. Bepaalde knelpunten situeren zich op het niveau van de Grondwet. De discussie rond artikel 23, en de manier waarop het standstill-beginsel vandaag wordt geïnterpreteerd, toont aan dat rechtszekerheid niet altijd gegarandeerd is. Als die interpretatie beleidsruimte te sterk inperkt en leidt tot onzekerheid, dan moeten we durven zorgen voor meer duidelijkheid. Hetzelfde geldt voor artikel 159.
De avond in Brugge maakte duidelijk dat er draagvlak is voor deze hervorming. Niet omdat ze eenvoudiger is op papier, maar omdat ze inspeelt op een reële nood op het terrein. Ondernemers, burgers en besturen vragen geen versoepeling om het versoepelen, maar wel een kader dat duidelijk, werkbaar en voorspelbaar is.
Daar ligt ook onze verantwoordelijkheid als beleidsmakers, op elk niveau. Vlaanderen zet met dit actieprogramma een belangrijke stap. Federaal moeten wij mee zorgen voor een juridisch kader dat die ambitie ondersteunt. Alleen zo maken we van vergunningen opnieuw wat ze moeten zijn: een instrument dat ontwikkeling mogelijk maakt, initiatief beloont en bijdraagt aan een sterke, toekomstgerichte samenleving.